Make your own free website on Tripod.com
Roeien, met een blessurevrije haal maak je het helemaal!
Trainingsaanpassingen bij blessures

HOME

Inhoudsopgave

Een coach moet weten hoe die met blessures van zijn roeiers moet omgaan. Het is belangrijk dat hij aan zijn team laat weten dat de de roeiers zelf verantwoordelijk zijn voor zijn lichaam. In deze stuk wordt gesproken over welke aanpassingen die soms moeten worden genomen in het geval van een blessure.

Er bestaan geen vaste richtlijnen voor hoe lang een sporter rust moet nemen na een blessure. Iedereen geneest anders en daarom is het belangrijk dat de sporter moet leren om zich niet te richten op het vroegere lichamelijke prestatievermogen. De nadruk ligt op het herwinnen van de verloren gegane functies. De sporter moet weten dat hij niet volledig belastbaar is. De geblesseerde structuren hebben tijd nodig om te herstellen en te genezen. Bij peesblessures duurt dit herstelproces weken tot maanden. De sporter moet weten dat het lichaam zichzelf geneest en dat medicamenten het genezingsproces slechts kunnen ondersteunen. De opbouwtraining vormt dan ook slechts een hulpmiddel voor de lichaamseigen regeneratiekrachten. De sporter moet leren zich in te leven in zijn lichaam en in de geblesseerde structuren zonder overgevoelig te zijn. Hij moet proberen een fijn gevoel te ontwikkelen dat helpt bij het herstel en beschermt tegen schadelijke inwerkingen en overbelastingen. Daarom is het ook belangrijk dat er een individuele trainingsprogramma wordt opgesteld voor de geblesseerde sporter in samenwerking met een fysiotherapeut. Het oefenen bevordert hierbij in eerste instantie de opbouw van mobilisatie, en niet de opbouw van spiermassa. Er moet worden gestreefd naar verbetering van beweeglijkheid en ontwikkeling van co÷rdinatie. Er mag nooit tegen pijn in worden gewerkt, want pijn is een natuurlijk waarschuwing van het lichaam, die serieus genomen moet worden. Neem de tijd! Aan het eind van de opbouwtraining kan een sportspecifieke eindtest worden afgenomen. Nooit mag de fout worden gemaakt tijdens een wedstrijd te zien hoe het gaat. De eindtest beoordeelt de algemene basismotorische vaardigheden en de sportspecifieke wedstrijdtechnieken. Uit de test blijk of de sporter al volledig belastbaar is.

.